Minder privacy, makkelijker straffen
of als het wordt bijgewerkt geef dan je e-mailadres in.
In de zes jaar na ‘elf september’ hebben bestuurders en justitie ruimere bevoegdheden gekregen in de strijd tegen terrorisme, de terreurbestrijding is fors gegroeid. Er werken meer mensen aan mee, en de wet maakt meer mogelijk. „Wat gaan al die AIVD’ers doen als straks de terreurdreiging afneemt?” Een bericht uit het NRC Handelsblad, door Jaco Alberts en Dimitri Tokmetzis.
Rotterdam, 8 sept. Ook de schoonmaker in het Rotterdamse metrostation is een terrorismebestrijder. Op de posters van de campagne Nederland tegen terrorisme, die vorige week weer in het hele land hingen, kijkt hij nog eens goed in de prullenbak of er geen bom ligt. „200.000 professionals werken samen tegen terrorisme”, staat eronder. „Ook u kunt iets doen.” De boodschap is duidelijk: wees waakzaam.
Het moment van de hernieuwde campagne lijkt opmerkelijk. In Duitsland mag dan net een grote aanslag zijn verijdeld, in Nederland is het dit jaar rustig aan het terrorismefront. Zo rustig dat de Nationaal Coördinator het dreigingsniveau in juni verlaagde van ‘substantieel’ naar ‘beperkt’: de kans op een aanslag blijft, maar is op korte termijn onwaarschijnlijk.
De gevaarlijkste leden van de Hofstadgroep zitten achter slot en grendel. En van de groeiende ultraorthodoxe salafistische beweging gaat geen verhoogde dreiging uit, meldde het ministerie van Binnenlandse Zaken een paar dagen terug.
Op het eerste gezicht staat het Nederlandse bestel van contraterrorisme stevig overeind. Sinds ‘9/11’ is het aantal mensen en organisaties dat zich bezighoudt met terreurbestrijding fors toegenomen. Daarnaast hebben politie, justitie en veiligheidsdiensten ruimere bevoegdheden gekregen (zie kaders). Nederland loopt zelfs internationaal voorop, blijkt uit recent onderzoek.
Maar staan de genomen maatregelen wel in proportie met het reële gevaar van jihadistische netwerken? Of is de afgelopen zes jaar een veelkoppig monster geschapen, dat behalve aan terroristen ook aan de rechten van onverdachte burgers vreet?
Het gevaar van aanslagen is reëel, zegt Edwin Bakker, terreurspecialist van Clingendael, maar de cijfers rechtvaardigen niet het enorme gevoel van dreiging. „ Als je eerlijk bent, is de dreiging in Nederland nooit echt groot geweest. Mohammed B. was vooral een wannabe-terrorist die door de politiek en media veel groter is gemaakt dan hij is.”
Overheidscommunicatie en media (vooral de audiovisuele) vergroten het gevaar van terrorisme uit, meent massapsycholoog Jaap van Ginneken van de Universiteit van Amsterdam. „Als mensen de hele dag indringende beelden over zich heen krijgen, zien ze potentieel achter ieder bosje een terrorist schuilgaan.”
De angst zit vooral ook bij politici zelf, zegt criminoloog Hans Boutellier: ze zijn bang dat er iets gebeurt en dat ze dan geen verhaal hebben: „Die onrust moet gesust.” De belangrijkste antiterreurmaatregelen zijn telkens na incidenten genomen. Een maand na ‘11 september’ kwam het kabinet-Kok II met een actieplan tegen terrorisme en trok 90 miljoen per jaar extra uit. Iets dergelijks gebeurde na de aanslagen in Madrid, in maart 2004. En de moord op Theo van Gogh was voor het kabinet-Balkenende II de aanleiding om tot 2009 nog eens 440 miljoen euro beschikbaar te stellen.
Tot op heden is Nederland gevrijwaard gebleven van een catastrofe als in New York, Madrid of Londen. Maar is dat mede het gevolg van de opeenstapeling maatregelen? Volgens inlichtingendienst AIVD in elk geval wel. In zijn jaarverslag over 2006 schrijft de dienst dat de dreiging „minder acuut” is geworden. „Dit is onder meer het gevolg van succesvol overheidsoptreden door strafrechtelijke vervolging van terrorismeverdachten en de uitzetting van tot ongewenst vreemdeling verklaarde leden van jihadistische netwerken.”
Het robuustere overheidsoptreden heeft dus effect op de dreiging, zegt de AIVD. Maar waren daar allerlei nieuwe wetten voor nodig? Een deel van die wetten – zoals afgeschermde getuigen of ruimere bevoegdheden voor politie – zijn nog maar net van kracht en dus nog niet in de praktijk getest. Maar de meeste nieuwe vergrijpen waren voor 2001 al strafbaar, zegt strafrechtgeleerde Ybo Buruma, en infiltreren, afluisteren en observeren konden ook al. Daarom spreekt hij vooral van „symboolpolitiek”.
Ton Maan, officier van justitie bij het landelijke parket, zegt dat het ‘gebrek’ aan bevoegdheden de afgelopen jaren voor zover na te gaan geen zaken hebben geschaad. „Maar soms was het wel heel erg zoeken: hoe formuleer ik een verdenking om een onderzoek te starten? Nu kunnen we na een anonieme tip uitzoeken of het wat is.” Overigens hebben publiekscampagnes en anonieme tiplijnen tot dusver nog geen bruikbare informatie opgeleverd, zegt Maan.
Toch zijn er zaken aanwijsbaar waar de nieuwe terreurwetten wel hun invloed hebben doen gelden. Terreurcoördinator NCTb noemt de Hofstadgroep in dit verband „een fikse vangst”. Volgens Buruma had de groep ook vervolgd kunnen worden als ‘ouderwetse’ criminele organisatie. Maar hij vermoedt dat de straffen onder het nieuwe regime hoger zijn uitgevallen omdat het een ‘terroristische organisatie’ werd.
Duidelijker zijn echter de twee veroordelingen voor het rekruteren voor de jihad.
In 2003 werd een groep van twaalf verdachten voor iets vergelijkbaars nog vrijgesproken. Zonder de nieuwe wet die ‘werving voor gewapende strijd’ afzonderlijk strafbaar stelde, was zijn cliënt niet veroordeeld, zegt advocaat P. Jeeninga van Bilal L. De zaak tegen Bilal, die op 14 februari 2006 drie jaar gevangenisstraf kreeg, is ook om een andere reden exemplarisch voor de nieuwe wind die er in de terreurbestrijding waait: het voorbereiden van een terroristisch misdrijf is al in een veel vroeger stadium strafbaar geworden. In de gevangenis had Bilal gezegd dat hij politici wilde vermoorden, gevraagd hoe hij aan semtex kon komen en op zijn usb-stick waren handleidingen gevonden voor het maken explosieven.
Voor de rechtbank was het voldoende Bilal te veroordelen.
Dergelijke voorbereidingen zijn ook Samir A. duur komen te staan. In december vorig jaar werd hij veroordeeld tot acht jaar celstraf, onder meer op basis van het nieuwe artikel dat ‘samenspanning’ strafbaar stelt. Samir had samen met een aantal anderen wapens verzameld en een videotestament gemaakt, zonder dat er bewijzen lagen voor een concreet plan. Maar de rechter was ervan overtuigd dat Samir de intentie had een aanslag te plegen. Overigens heeft de Hoge Raad in een eerdere zaak tegen Samir begin dit jaar gezegd dat rechters diens intentie ook onder de oude wetten serieuzer hadden moeten nemen.
Samirs advocaat Victor Koppe waarschuwt dat intenties gestraft gaan worden in plaats van daden: „Als je een salafist bent en je koopt een zak kunstmest, dan heb je mogelijk een probleem. De combinatie van je gedachtegoed en een stof die voor een bom gebruikt kan worden, maakt je strafbaar.’’ Officier Maan onderschrijft deze verschuiving: „Maar we moeten het nog wel steeds bewijzen. Alleen denken: ik ga het WTC opblazen is niet voldoende.”
Waar het strafrecht onvoldoende soelaas biedt, beschikt de overheid nog over andere middelen. Onder leiding van de NCTb beramen diverse instanties ‘verstoringsacties’.
Zo liet de Amsterdamse burgemeester Cohen vorig jaar drie keer per dag een politieauto door de straat van de vrijgesproken Hofstadgroep-verdachte verdachte Hoessein El J. rijden en voor diens huis stoppen. Ook zijn andere leden van de groep het land uitgezet. Als het aan kabinet en Tweede Kamer ligt, krijgen lokale overheden en bestuursorganen binnenkort nog veel meer bevoegdheden voor het ontregelen van mensen en organisaties die banden kunnen hebben met terroristische activiteiten. Lokale functionarissen mogen dan vergunningen en subsidies weigeren en de minister van Binnenlandse Zaken kan straat- of gebiedsverbod opleggen. „Je kunt in beroep gaan tegen deze beslissing,” zegt Buruma: „Maar alleen bij de bestuursrechter. Die kijkt of de procedure juist is gevolgd, niet of de verdenking klopt. Dat is Stasiwetgeving.”
De privacy staat na zes jaar terreurbestrijding onder druk, aldus juristen van de Universiteit van Tilburg in hun recente rapport Van privacyparadijs tot controlestaat?
Opsporingsdiensten krijgen zowel juridisch als technologisch steeds meer mogelijkheden om grote databanken met persoonsgegevens te doorzoeken op verdachte patronen. Andere overheidsdiensten en bedrijven hebben die informatie maar te leveren.
Terreurdeskundige Bakker vreest dat de maatregelen later voor andere zaken gebruikt worden. Hij signaleert een groeiende druk om ook dierenrechtenactivisten onder de terreurwetgeving te vervolgen. Daarnaast hebben bevoegdheden die voor iets specifieks zijn ontworpen de onweerstaanbare neiging om algemeen geldend te worden, zegt strafrechtadvocaat Ronald van der Horst: „Zo mocht de politierechter alleen in drugszaken een jaar gevangenisstraf opleggen, in plaats van een half jaar. Nu mag hij dat in elke zaak.” Ook vanuit de betrokken organisaties zal een vergelijkbare druk uitgaan, denkt zijn collega Michiel Pestman: „Wat gaan al die nieuwe AIVD’ers doen als straks de terreurdreiging afneemt?”
Daarnaast raakt de terreurbestrijding versplinterd, zegt Buruma: „Vroeger ging alleen de AIVD over terrorisme. Nu doet iedereen mee. Neem de conducteur die twee mannen met baarden naar de wc zag gaan en de trein stilzet, het hele spoor ontregeld. Je kunt het die man niet kwalijk nemen, hij volgt de lijn die is uitgezet.”
‘Als je een salafist bent en je koopt een zak kunstmest, dan heb je mogelijk een probleem’
Er wordt nog veel meer mogelijk1) Aanpak van personen van wie het vermoeden bestaat dat ze zich inlaten met terrorisme of radicalisering, maar bij wie strafrechtelijk bewijs ontbreekt. De minister van Binnenlandse Zaken kan bepalen dat zo iemand zich op geregelde tijden moet melden op het politiebureau of niet in de buurt van bepaalde objecten of personen mag komen. Het voorstel hiertoe ligt bij de Eerste Kamer.
2) Lokale overheden kunnen personen of organisaties vergunningen weigeren als vermoed wordt dat die zich inlaten met radicalisering, terrorisme of ondersteuning daarvan. Ook dit voorstel ligt bij de Eerste Kamer.
3) Het Openbaar Ministerie probeert stichtingen waarvan het doel of de feitelijke activiteiten in strijd zijn met de openbare orde te ontbinden. Tot op heden is dat nog niet gelukt.
4) Het kabinet onderzoekt de mogelijkheid het verheerlijken of goedpraten van ernstige misdrijven strafbaar te stellen. Ook wordt overwogen personen die aanzetten tot haat of geweld makkelijker uit hun beroep te kunnen zetten.
5) In de strijd tegen de ondersteuning van terrorisme moeten stichtingen meer inzicht gaan bieden in hun financiën.
6) De Mediawet wordt aangepast om de vergunningen van opruiende satellietzenders te kunnen stopzetten. Ook wordt de mogelijkheid onderzocht om radicale en terroristische uitingen op internet te kunnen verbieden.
7) Mensen die zich schuldig maken aan een terroristisch misdrijf moet de Nederlandse nationaliteit kunnen worden ontnomen.
8) Deelname aan trainingskampen moet strafbaar worden.
9) Informatie uit strafregisters wordt binnenkort door alle EUlanden gedeeld.
10) Telecommunicatiebedrijven en internetproviders moeten meer gegevens langer gaan bewaren.
11) Justitie, AIVD, KLPD en het NFI zoeken naar nieuwe mogelijkheden om informatie uit te wisselen.
Bestuurlijk is veel meer mogelijk· Bij een acute terroristische dreiging heeft de minister van Justitie de bevoegdheid in te grijpen op het terrein van een andere minister. Zo kan hij het gsm-verkeer blokkeren en de grenzen of het luchtruim sluiten. Dat heet ‘doorzettingsmacht’. · De samenwerking is gestimuleerd tussen circa twintig instanties waaronder inlichtingendiensten AIVD en MIVD, politie en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Dat wordt sinds januari 2005 gecoördineerd door Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb). Informatie over personen met mogelijke terroristische intenties wordt uitgewisseld in de CTinfobox die onder beheer staat van de AIVD. · Geprobeerd wordt de activiteiten van personen of organisaties die met terrorisme in verband worden gebracht te verstoren. Sinds januari 2005 is dat in 15 gevallen gebeurd. Gemeenten kunnen moeilijk doen bij het verlenen van vergunningen.
De wijkagent kan vaker langskomen voor een praatje. En illegalen kunnen worden uitgezet naar hun land van herkomst. · Lokale overheden, publieke instellingen, bedrijven en bevolking worden ingezet bij het vroegtijdig signaleren en tegengaan van radicalisering. Lokale overheden krijgen daartoe AIVD-studies toegestuurd, maar ook geld voor preventieprojecten. Bedrijven ontvingen vorig jaar de handreiking Wat kan uw bedrijf ondernemen tegen terrorisme en voor het grote publiek werd de actie Nederland tegen terrorisme gestart die met onder andere Postbus 51-spotjes tot verhoogde waakzaamheid van burgers moet leiden. · Het reeds bestaande Financieel Expertisecentrum (FEC) houdt zich sinds 2004 nadrukkelijk bezig met de financiering van terrorisme. Binnen het FEC wisselen instellingen als AIVD, politie, Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT), de financiële toezichthouders en FIOD-ECD informatie uit. · Sinds 2005 is er onder beheer van het NCTb het Alerteringssysteem Terrorismebestrijding (ATb) van kracht. Per sector (zoals het spoor, drinkwater of financiële instellingen) wordt het dreigingsniveau voor een aanslag bepaald en passende maatregelen genomen.
Daarnaast publiceert de NCTb vier keer per jaar een algemeen dreigingsbeeld voor Nederland. Het risico voor een aanslag in Nederland is eerder dit jaar teruggebracht van ‘substantieel’ naar ‘beperkt’.
Het strafrecht is sinds 9/11 aangescherpt· De maximale straffen voor misdrijven die met een terroristisch oogmerk zijn gepleegd, zijn in 2004 met ten minste 50 procent verhoogd. · Plannen voor terroristische misdrijven zijn strafbaar. In 2002 verviel de eis dat de voorbereiding voor een terroristisch misdrijf door meerdere personen gedaan moest zijn. In 2004 werd ook ‘samenspanning’ tot het plegen van een terroristisch misdrijf strafbaar gesteld. Alleen de afspraak om een terroristische daad te plegen is al voldoende.
Concrete voorbereidingshandelingen zoals het aanschaffen van wapens zijn niet nodig voor het bewijs. · Rekrutering voor de gewapende strijd, zoals de jihad, is in 2004 afzonderlijk strafbaar gesteld, zelfs als onduidelijk is of de werving is geslaagd. · Voor het inzetten van bijzondere opsporingsbevoegdheden zoals aftappen, infiltratie en observeren is geen verdenking meer nodig. Een aanwijzing of vermoeden is voldoende. · De politie mag in een verkennend onderzoek allerlei bestanden raadplegen van nog onverdachte burgers. · Gewone burgers moeten een identiteitskaart bij zich dragen en mogen in een ‘risicogebied’ gefouilleerd worden, ook al bestaat er geen verdenking. · Een anonieme tip, of zachte informatie van de Centrale Inlichtingen Eenheid (CIE) is voldoende om een strafrechtelijk onderzoek te starten. · De mogelijkheden om verdachten vast te houden in een terreuronderzoek zijn verruimd. Een ‘gewone’ verdenking volstaat, in plaats van een ‘ernstige’. · Een terreurverdachte kan ten hoogste twee jaar toegang tot bepaalde processtukken worden ontzegd. · Justitie mag gebruikmaken van afgeschermde getuigen, in de praktijk AIVD’ers. De verdediging kan de getuige alleen via de rechter-commissaris horen en niet rechtstreeks bevragen.

