Liegen doen ze allemaal
of als het wordt bijgewerkt geef dan je e-mailadres in.
De Amerikaanse regering zou ‘een stelsel van bewuste vergissingen en omkeringen’ hanteren. Dit blijkt uit een zojuist verschenen biografie over de onderzoeksjournalist I.F. Stone. In de Volkskrant een recensie van een aantal boeken over de Amerikaanse regering.
Het stuk is onder, ter informatie, volledig overgenomen.
Liegen doen ze allemaalJan Tromp
De Amerikaanse regering zou ‘een stelsel van bewuste vergissingen en omkeringen’ hanteren. Dit blijkt uit een zojuist verschenen biografie over de onderzoeksjournalist I.F. Stone.
All governments lie – alle regeringen liegen.
Het is de opgewekte titel van een biografie die zojuist in Amerika is verschenen over de eigenzinnige onderzoeksjournalist I.F. Stone – Izzy voor de velen die hem bewonderden. Stone was al bij leven een legende. Hij stierf in 1989 op 81- jarige leeftijd, zijn hoogtijdagen lagen in de jaren zestig, in de tijd van de Vietnamoorlog.
Hij was in 1953 zijn eigen blad begonnen, I.F. Stone’s Weekly heette het. Het was een wekelijkse nieuwsbrief van vier velletjes, altijd polemisch, altijd goed en geestig geschreven en vooral onthullend .
In 1964 maakte president Johnson van de strijd in Vietnam een echte oorlog. Amerikaanse schepen waren in de Golf van Tonkin beschoten door Noord-Vietnamese kanonneerboten. Minister Mc- Namara van Defensie legde het Congres ‘onweerlegbaar bewijs’ voor van ‘een ongeprovoceerde aanval’.
In 1969 zou uit de Pentagon Papers blijken dat het een gefabriceerd verhaal was. Alleen Einzelgänger I.F. Stone stond op tegen de ‘officiële mythologie’ en ‘de hersenspoeling van het publiek’. Waarom, vroeg hij zich af, zou de kleine Noord-Vietnamese marine zo gek zijn om de Zevende Vloot aan te vallen, een van de machtigste armada’s ter wereld?
Alle regeringen liegen dus volgens Stone. Ofschoon de toon van de biografie bij tijd en wijle aan verheerlijking grenst – irritant is dat – is het vooral een fantastische voedingsbron voor scepsis als grondhouding. In de hele Amerikaanse geschiedenis, aldus Stone, heb je regeringen gehad met ‘paranoia, fanatisme en angst voor het nieuwe’. Daarom: vertrouw nooit de macht.
Misschien toch enige precisering. Alle regeringen zijn leugenachtig, zeker. Maar met een parafrase op Orwell: zou het kunnen dat sommige regeringen leugenachtiger zijn dan andere?
De auteur Myra MacPherson, voormalig redacteur van The Washington Post, haalt in haar biografie Bill Moyers aan, een gevestigde tv-presentator in Amerika die voor Lyndon Johnson heeft gewerkt, ‘een van de legendarische leugenaars van het Witte Huis’ ( MacPherson).
Moyers: ‘Heimelijkheid is niks nieuws. Maar nooit is er een regering geweest als die die op het ogenblik aan de macht is – zo gedisciplineerd in geheimhouding, zo hecht in het keurslijf van het achterhouden van informatie aan de bevolking in het algemeen en – in strijd met de grondwet – aan hun vertegenwoordigers in het Congres.’
In de VS is een nieuwe golf van publicaties op gang gekomen over de a-democratische regeerstijl van het huidige Witte Huis. ‘Een gekletter van cimbalen’ noemde Newsweek het vorige week. De eerste golf dateert van eind 2003.
De titels van de boeken vertelden het hele verhaal: Lies and the Lying Liars Who Tell Them van de schrijver en cabaretier Al Franken, Big Lies van de publicist Joe Conason en The Lies of George W. Bush van de redacteur van het linkslibertaire The Nation, David Corn.
Alle regeringen liegen en die van Bush nog wel het allermeest – dat was de moraal. Links en rechts wisten er raad mee.
Als je het zag als een lage aanval op een moedig presidentschap, werd je op je wenken bediend. Als je al langer wist dat Bush een stinkende leugenaar was, werd je op je wenken bediend. Nadere precisering: liegen als kwalificatie is niet langer een interessante categorie.
Het is ook een woest begrip; uiteindelijk schiet je er niet veel mee op. In de nieuwe stroom aan boeken en andere publicaties over de ware aard van de huidige Amerikaanse regering komt het woord ‘liegen’ nog amper voor.
Het lijkt erop dat de publicaties over het ‘liegen en bedriegen’ bij het eerste tijdperk-Bush hoorden, toen menig liberaal hart nog moest bekomen van de verbijstering over zoveel radicaliteit en autocratie vanuit het Witte Huis.
Bush ‘liegt’ niet meer, hij ‘spint’, hij ‘keert binnenstebuiten’, hij ‘ontkent’, hij maakt de werkelijkheid ‘artificieel’, hij lijdt aan ‘overmoed’. De trefwoorden zijn veranderd, en daarmee het karakter van de repliek.
Het is alsof de tegenpartij geleerd heeft van de berekening in het kamp van Bush en begrijpt dat scepsis en wantrouwen tegen de macht beter koud geserveerd kunnen worden.
De kritiek op het presidentschap van George W. Bush is koeler geworden en krachtiger. In The New York Review of Books van 5 oktober schreef Joan Didion een fors stuk over vice-president Dick Cheney, die eigenlijk de president van Amerika is. Je weet dat ze zijn machtsspel veracht. Van begin tot eind blijft ze de observator.
Ze zet zijn uitspraken achter elkaar, veel meer doet ze niet – en de onwaarachtigheid bewijst zichzelf.
‘We ontdekten dat een van de leiders van de kapers, Mohammed Atta, Iraakse veiligheidsmensen in Praag had ontmoet’, zegt Cheney in maart 2002 tegen NBC. Daar had je dus het bewijs: Saddam Hussein werkt samen met Al Qa’ida .
In juni 2004 voor een televisiestation in Cincinnati: ‘Dat is waar, we hebben niet het bewijs dat er een connectie was.’
In december 2004, in een tv-debat met senator John Edwards, de Democratische kandidaat voor het vice-presidentschap: ‘De senator heeft zijn feiten niet op een rij. Ik heb nooit gesuggereerd dat er een connectie was tussen Irak en 11 september.’
Michael Isikoff van Newsweek en David Corn van The Nation staan in hun Hubris (Overmoed) ook stil bij het bezoek van Atta aan Praag. Ze schrijven dat de CIA en de FBI tot de conclusie waren gekomen dat het nooit had plaatsgevonden. Cheney wilde daar niet van weten. De geheime dienst van het Pentagon maakte in september 2002 een diashow voor de staf van Cheney.
Atta in Praag zat er prominent in. Verschillende bronnen hadden hem op het vliegveld gezien, samen met zijn broer. Een sterk verhaal, menen Isikoff en Corn: ‘Atta had geen broer.’
Frank Rich, columnist van The New York Times, haalt in de inleiding van zijn The Greatest Story Ever Sold een inmiddels beruchte uitspraak aan van een anonieme, naaste medewerker van de president, vermoedelijk diens regisseur Karl Rove.
‘Als wij iets ondernemen, scheppen wij onze eigen werkelijkheid’, zei de stafmedewerker tegen een journalist. ‘En terwijl jullie die werkelijkheid onderzoeken – nauwgezet, als je wilt – treden wij alweer op en scheppen we andere, nieuwe werkelijkheden. Wij zijn de spelmakers van de geschiedenis.’
Joan Didion geeft meteen al in de eerste zin van haar essay haar kwalificatie van Bush c.s.: ‘Een stelsel van bewuste vergissingen en omkeringen.’
Overmoed is de samenvatting van Isikoff en Corn van hun gedetailleerde verslag over de opbouw van de oorlog in Irak. Rich laat aan de hand van tal van illustraties zien hoe ver overmoed kan gaan. Hij schetst taferelen van ouderwetse propaganda.
Op de dag van de aanslagen van 11 september 2001 was George Bush lange tijd onvindbaar. Waar was hij? Wat deed hij? Hollywood-vrienden maakten later in samenwerking met het Witte Huis het docudrama DC 9/11. De film laat een acteur zien die een ontketende Bush neerzet. Tegen de zin van de geheime dienst stuurt hij zijn vliegtuig naar Washington. Bin Laden houdt hem niet tegen: ‘Ik zal thuis zijn en wachten op de schoft.’
Rich spreekt over de vervorming van de politiek tot ‘kunstmatige werkelijkheid’.
Bob Woodward, vermaard politiek verslaggever van The Washington Post , gaat een stap verder. State of Denial heet zijn boek – Toestand van ontkenning.
Het is een verslag vanuit de kleedkamers van de Amerikaanse politiek: hoe Bush en de zijnen worden ingehaald door een werkelijkheid die ze niet meer beheersen en niet onder ogen wensen te zien.
Weinigen spreken nog over keiharde leugenaars. Meer dan andere publicaties over de huidige Amerikaanse regering komt Woodwards boek dicht bij de beschrijving van een ziekteproces. Het is een sneue toestand.
Bob Woodward: State of Denial Simon & Schuster, import Van Ditmar; 560 pagina’s; € 29,99 ISBN 978 0 7432 7223 0 Michael Isikoff and David Corn: Hubris Crown, import Van Ditmar; 463 pagina’s; € 29,99 ISBN 978 0 307 34681 0 Myra MacPherson: All Governments Lie – The Life and Times of Rebel Journalist I. F. Stone Scribner, import Van Ditmar; 564 pagina’s; € 39,99 ISBN 978 0 684 80713 3
Frank Rich: The Greatest Story Ever Sold The Penguin Press, import Penguin Books 341 pagina’s € 20,69 ISBN 1 59420 098 X


Reacties
"De hele politieke elite en hun trendvolgers, maar ook de nieuwsverslaggeving, is één grote gekunstelde voorgeprogrammeerde bende."
Probleem is, als je dat zegt ben je meteen een complotdenker. In de meeste gevallen klopt dat ook nog, waarmee de kritiek als krachteloos is afgedaan. Veel complotdenkers hebben een soort piramide voor ogen van complotgestuurde instructies.
Zeggen dat alles een leugen is, is tevens een generalisatie die de illusie van de mensen verstoort. Een te harde waarheid waarbij mensen snel in de ontkenning schieten.
Het is ook niet zo dat het gros van de politici of journalisten in samenspraak met hun meerderen de boel aan het bedotten zijn. Het grootste probleem is de strikte en bedrijfsmatige cultuur waarin spelers zich genoodzaakt zien om te voldoen aan de regels van het spel. Zakelijke belangen en hun inherente veelal strikt overeengekomen regels en doelstellingen.
Wat zowel in de politiek als in nieuwsgaring verloren is gegaan, is de vrijheid om waarheidsvinding topprioriteit te laten zijn. Elke keuze van elke werknemer heeft een plek binnen de lijnen van een exact bepaalde bedrijfsvoering. Commerciële wetmatigheden zijn zo dwingend en de spelers zo geconditioneerd geraakt, dat we nauwelijks nog in staat zijn in vrijheid te kijken naar wat er werkelijk aan de hand is. De verantwoording die we afleggen is niet langer aan ons zelf of ons geweten, maar aan raden van bestuur en de noodzaak om binnen de bedrijfsvoering een functionele kracht te zijn.
Het is dit mechanisme dat ons van onszelf doet vervreemden en leidt naar een gemakkelijk te manipuleren systeem van gemiddelden, zonder de effectieve zelfcorrigerende kracht die hoort bij souverein denkende mensen in een vrije samenleving.
Up-date voor de agenda:
In het kader van het Haagse "Shoot me" Filmfestival zal op zondag 29 oktober "Everybody's Gotta Learn Sometime" vertoond worden in het Filmhuis Den Haag, voorafgegaan door een lezing van Albert Toby. Aanvang 15.00 uur.
Meer info op http://shoot-me.nl/
Inderdaad. Zie de toespraak van Kennedy voor de Amerikaanse media, naar aanleiding van het "Bay of Pigs" debacle in 1961. Hij roert hier precies dit punt aan.
Een schitterend voorbeeld overigens, van hoe men informatie uit de bron kan halen, waar media als de Volkskrant zo graag over blijven filosoferen -- alsof de verantwoordelijkheid van de media en overheid met betrekking tot waarheidsvinding een academische kwestie is.
Als je Kennedy niet serieus neemt, wie dan wel?
@Buddy: Als je Kennedy niet serieus neemt, wie dan wel?
Om je eerlijk te zeggen denk ik dat het antwoord een paradox inhoudt. Als je echt dogmatische standpunten wilt vermijden en van waarheden geen obstakels wilt maken, zul je moeten besluiten niemand meer te geloven en tegelijkertijd iedereen (vriend en vijand) serieus te nemen.
Maar de enige die je echt serieus moet nemen ben jij zelf. Want jij bent het subject van je eigen waarneming.
Zodra je zelfs Kennedy op z'n woord gaat geloven, of Mandela of onze Lieve Heer, geef jij de focus van je eigen waarneming uit handen door je op het gezag van een ander te verlaten.
Waar het eigenlijk om gaat is dat die 'vrijheid', waar we het over het hadden, alleen kan bestaan binnen dat domein van de waarnemer. Alleen daar kan een gewetensvolle puur op waarheid gerichte intentie vol tot z'n recht komen. Maar helaas bestaat deze ruimte op vrijwel de meeste werkvloeren niet meer. Hierdoor leren ook steeds meer mensen het af om deze 'vrijheden' te nemen of op te eisen.
Elke bedrijfsmatige doelstelling is zo'n beetje in dienst komen te staan van (commerciële) belangen die met oorspronkelijke doelstellingen, bijvoorbeeld nieuwsgaring, niets meer te maken hebben. Wat oorspronkelijk het doel was, is nu eigenlijk een middel geworden. Hoewel doel en middel niet strikt te scheiden zijn, is de balans doorgeslagen doordat het oorspronkelijke doel - een collectieve voorziening - binnen het bedrijf ten dienste staat aan een veel beperkter doel, namelijk het bedrijfsmatige nut. Dit laatste is nu zo dominant dat winstoogmerk en oorspronkelijke doelstellingen elkaar veelal niet langer kunnen aanvullen of zelfs verdragen.
Wat je momenteel met de Volkskrant en Trouw ziet, is dat ze hun armoede op het vlak van waarheidsvinding vooral compenseren met een hoop quasi academisch geleuter zodra het aankomt op kwesties die de journalistieke verantwoordelijkheid raken. 911 is daar slechts één van. Zelfs in aanleg goede journalisten maken zich hier schuldig aan. Waarschijnlijk in een poging het geweten te sussen. Jawel, misschien mogen wij de boodschappers ook eens op de sofa leggen, aangezien dat meestal hun manier is om het niet over de inhoud te hoeven hebben ;-))
De halfbakken verslaggeving over de oorlogen die Nederland voert in het kielzog van de VS is ook zo'n ernstig verwaarloosde journalistieke verantwoordelijkheid. En zo zijn er nog een heleboel.
Ben trouwens wel benieuwd naar die toespraak van Kennedy, die ik nog ga beluisteren, of lezen, wat het ook is.