'Denk niet dat de dreiging wel meevalt'
of als het wordt bijgewerkt geef dan je e-mailadres in.
In een derde stuk uit Het Betoog van de Volkskrant wordt ingegaan op de dreiging van Al-Qaida. Wim van den Doel, hoogleraar Algemene Geschiedenis aan de Universiteit Leiden, betoogt dat de terreurbestrijding op volle sterkte moet blijven, want 9/11 was een keerpunt in de strijd tegen Al-Qaida.
Van den Doel is onder meer auteur van het boek "Europa en het Westen". Zijn artikel is onder geheel overgenomen.
Verder is een grafiek bij het artikel geplaatst. Daarop is te zien welke aanslagen wereldwijd vanaf 11 september 2001 zijn gepleegd en opgeëist door Al Qa'ida of daaraan verwante groepen. Merk wat dat betreft op dat Van den Doel terecht aangeeft dat die verwante groepen slechts een ding gemeen hebben, namelijk dat ze hun geloof delen. Hun achterliggende redenen om een aanslag te plegen kan zeer verschillend zijn.
Op de grafiek is te zien dat de verijdelde aanslagen in Duitsland onder de gelijke noemer worden geschaard als de aanslagen van 11 september. Een over-simplificatie die niet bijdraagt aan het helder krijgen van deze problematiek.
Denk niet dat de dreiging wel meevaltAl Qa’ida heeft de strijd niet gewonnen, maar 11/9 is wel degelijk een keerpunt gebleken, vindt Wim van den Doel. De terreurbestrijding moet dus op volle sterkte blijven, maar ook op andere fronten is volharding nodig.
Voor sommige Europese waarnemers waren de aanslagen van 11 september weliswaar schokkend, maar toch ook niet meer dan een ernstig incident. Dat terroristen tot veel in staat waren, wisten de Europeanen uit eigen ervaring. Alleen al het optreden van de IRA had sedert 1969 meer dan drieduizend mensen het leven gekost.
Voor veel Amerikanen was 11 september echter veel meer dan een ernstig incident. Zij kenden maar één vergelijkbare historische gebeurtenis: de Japanse aanval op Pearl Harbor in 1941. Ook nu was er maar één antwoord mogelijk: de vijand moest worden verslagen en wel zo dat hij nimmer meer de Verenigde Staten kon bedreigen.
Vijf jaar na dato lijkt het duidelijk te worden dat we de aanslagen van 11/9 misschien toch maar moeten betitelen als een keerpunt in de geschiedenis, niet zozeer omdat de aanslagen volledig onverwacht kwamen of omdat de Derde Wereldoorlog is uitgebroken, maar wel omdat ze symbool zijn van een nieuwe vorm van terrorisme die de afgelopen jaren ons denken en doen voor een niet onbelangrijk deel heeft bepaald.
Deze nieuwe vorm van terrorisme is in potentie gevaarlijker en dodelijker dan het terrorisme waarmee we vertrouwd waren. Huidige terroristische organisaties zijn immers voor een deel religieus gemotiveerd en beschikken als ze slim zijn door allerlei technologische ontwikkelingen over middelen die op grote schaal dood en verderf kunnen zaaien.
Vóór de jaren negentig waren de meeste terroristische organisaties politiek geïnspireerd en hadden zij duidelijk politieke doelen, nu voeren terroristen heilige oorlogen waarbinnen alles geoorloofd lijkt te zijn.
Een van de oorzaken voor de opkomst van het religieus geïnspireerde terrorisme is de globalisering.
Dit proces, dat aan het einde van de vorige eeuw in een stroomversnelling is geraakt, maakt bepaalde westerse waarden en normen en het westerse kapitalisme nog dominanter in de wereld dan ze al waren. Bij degenen die hun eigen tradities en cultuur bedreigd zien, wekt dit steeds meer weerstand op. Terreur en religie hebben zich hierdoor op een gevaarlijke wijze met elkaar kunnen vermengen.
De aanslagen van 11/9 vormen om meer redenen een keerpunt.
De plaats van de islam in de Europese samenleving is ter discussie komen te staan en het debat over migratie en integratie kreeg een geheel nieuwe inhoud.
De voorspelling dat moderne staten niet in staat zouden zijn zich tegen terrorisme te wapenen, is niet uitgekomen. De Amerikaanse regering reageerde op 11/9 met forse maatregelen. In het eigen land kwam er een compleet nieuw ministerie, het Department of Homeland Security, terwijl overheidsinstanties via de Patriot Act vergaande nieuwe bevoegdheden kregen om de veiligheid van de Amerikaanse burgers te waarborgen. Ook in Europa werden antiterrorismewetten aangenomen.
Deze veiligheidsmaatregelen waren in ieder geval te billijken en werden ook door velen als noodzakelijk geaccepteerd.
Begrip, sympathie en steun was er ook, bij velen, toen de Verenigde Staten en hun bondgenoten het Afghaanse regime aanvielen dat onderdak had gegeven aan Al Qa’ida. De operaties begonnen op 7 oktober 2001 en ruim een maand later werd de Taliban uit de hoofdstad Kabul verdreven.
De Amerikaanse regering ging echter verder, eigende zich het recht toe preventief oorlog te voeren en besloot Irak binnen te vallen mede met de gedachte dat het verwijderen van Saddam Hussein vrijwel als vanzelf het land in een democratie zou veranderen. Het waren neoconservatieve denkers als William Kristol en Robert Kagan geweest die reeds in de jaren negentig slechts één supermacht hadden gezien, de Verenigde Staten, die tot taak had wereldwijd de opkomst van vijandige regimes en ideologieën desnoods gewapenderhand tegen te gaan. Na 11 september 2001 werd deze politieke agenda, die aanvankelijk weinig kans leek te maken, door de Amerikaanse regering overgenomen, met alle gevolgen van dien.
Duidelijk is inmiddels geworden dat Kristol, Kagan en de Amerikaanse regering op zijn zachtst gezegd naïef zijn geweest in hun idee dat het verslaan van Saddam Hussein vanzelf de geboorte van een democratisch Midden-Oosten zou inluiden. De militaire macht van de Verenigde Staten is, in een tijd waarin niet meer tegen reguliere legers gevochten wordt, relatief beperkt, weten we nu.
Religie en religieus fanatisme zullen ook in de toekomst mensen motiveren tot politiek extremisme.
Daarbij bestaat er vooral in de islamitische wereld grote frustratie over het proces van globalisering waarbinnen sommige westerse waarden domineren. Antiwesters sentiment zal voorlopig niet uitdoven. Dit sentiment wordt verder gevoed door de Israëlische dominantie in het Midden- Oostenconflict, de westerse steun aan Israël én door het bestaan van corrupte Arabische regimes die nauwelijks omkijken naar de noden van de eigen bevolking .
Ook in West-Europa zijn er moslims met frustraties over discriminatie en economische achterstelling. Via satellietzenders en internet worden zij volop bij de situatie in het Midden-Oosten betrokken. Dit kweekt helaas een goede voedingsbodem voor het terrorisme, dat potentieel kan beschikken over wapens met een vernietigende kracht.
Wat betekent dit voor ons? Allereerst dat onze overheden veel werk zullen moeten blijven maken van terrorismebestrijding, ook al vergt dat wellicht nieuwe wetgeving en bijzondere methodes en tast het een deel van onze privacy aan. Het feit dat er na 11/9 relatief weinig aanslagen zijn gepleegd en het uitblijven van de gevreesde aanslag met een massavernietigingswapen, mag ons niet verleiden tot de stelling dat het met de dreiging wel meevalt.
In de tweede plaats is het noodzakelijk dat de pogingen om in zowel Afghanistan als Irak een zo democratisch mogelijk regime te vestigen, slagen. Hoe lastig dit ook zal zijn en hoe lang het ook zal duren, failure is not an option.
Ook degenen die op goede gronden tegen de inval in Irak gekant waren, zullen moeten inzien dat het creëren van een democratisch alternatief voor de vroegere dictatuur van groot belang is.
Voor zelfgenoegzaam leedvermaak over de Amerikaanse problemen in Irak is in ieder geval geen enkele aanleiding. Ook in Afghanistan staat er veel op het spel. De aanwezigheid van Nederlandse troepen in Uruzgan is dan ook zeer gerechtvaardigd. Tegenstanders hiervan zijn óf wereldvreemd, óf op een gevaarlijke wijze populistisch.
Het Westen moet uiteraard niet alleen in dit deel van de wereld actief zijn. Wereldwijde armoedebestrijding in de brede zin van het woord dient hoog op de politieke agenda te staan. Er moet met andere woorden niet alleen hard tegen het terrorisme worden opgetreden, maar ook hard worden gewerkt om een van de mogelijke voedingsbodems ervan weg te nemen.
Daarnaast moet er een oplossing worden gevonden voor het Israëlisch-Palestijnse conflict.
Ook dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan, vooral omdat aan Palestijnse zijde de politieke moed ontbreekt werkelijk de weg in de richting van vrede in te slaan, om maar te zwijgen over de opstelling van Hezbollah, Syrië en Iran. Maar de beelden van Qana zijn een krachtige stimulans voor het terrorisme en kunnen maar beter voorgoed tot het verleden behoren.
Ten slotte moet er alles aan worden gedaan de islamitische bevolking van West-Europa werkelijk te integreren in onze samenleving. Discriminatie moet worden tegengegaan en gematigde islamitische leiders ondersteund, zodat alle Europese moslims zich volledig aan onze rechtsorde conformeren.
Op het spel staan onze vrijheid, onze economische orde en onze democratie, kortom onze manier van samenleven waarnaar ook elders op de wereld wordt verlangd en die elders langzaam maar zeker wordt overgenomen. Het World Trade Center in New York was van dit alles een krachtig symbool. Dit symbool werd verwoest, maar niet de westerse bereidheid pal te staan voor de eigen waarden en normen, ook al waren de meningsverschillen over de oorlog in Irak groot.
Een overwinning heeft Al Qa’ida met de aanslagen van 11 september 2001 dan ook niet weten te behalen, maar een actieve politiek om het moderne, religieus gemotiveerde terrorisme tegen te gaan en de voedingsbodem ervoor weg te nemen, blijft geboden.
Wim van den Doel is hoogleraar Algemene Geschiedenis aan de Universiteit Leiden en auteur van onder meer Europa en het Westen (Bert Bakker, 2004).
In het hart getroffenHet was geen federaal kantoorgebouw in Oklahoma of een anoniem huis in Libanon dat op 11 september 2001 na een aanslag ineenstortte, maar het architectonische symbool van de hoofdstad van de westerse wereld: New York. De aanslag op het World Trade Center werd daarbij wereldwijd live via de televisie uitgezonden. De westerse wereld in het algemeen en de Verenigde Staten in het bijzonder waren in hun hart getroffen en iedereen kon het zien en meemaken en was diep onder de indruk. Al snel werd gesproken van een keerpunt in de geschiedenis. Nu, vijf jaar later, kan voorzichtig de balans worden opgemaakt.
'Door Al Qa'ida of verwante groepen opgeëiste terreuraanslagen vanaf 11 september 2001'




Reacties
Uit Trouw van afgelopen week een ander geluid.