« De complottheorieën van 9/11 | Main | Fire Engineering - World Trade Center Respons »

Uitspraken over 11 september

Als je een melding wilt als op dit bericht wordt gereageerd
of als het wordt bijgewerkt geef dan je e-mailadres in.

Juan Cole, historicus aan de universiteit van Michigan, houdt zeven standaarduitspraken over 11 september tegen het licht. Uit de NRC van vandaag.

alles van deze rubriek

‘9/11 heeft alles veranderd’

NEE

De reuzenkrachten van de internationale handel en de globalisering hebben amper iets gevoeld van de aanslagen van 11 september 2001. De opkomst van China als nieuwe economische reus in Oost-Azië gaat door, met alles wat dat met zich meebrengt op economisch, diplomatiek en militair gebied.

Aan tientallen jaren oude crisishaarden is niets veranderd: China en Taiwan beloeren elkaar nog altijd even achterdochtig van over de zeestraat, niets wijst erop dat het conflict tussen de kernmogendheden India en Pakistan over Kashmir dichterbij een oplossing komt, en aan de Noord-Koreaanse cyclus van tarten en toegeven jegens de Verenigde Staten en Japan is sedert de tijden van Clinton niets van betekenis veranderd.

Zelfs in het Midden-Oosten zien wij meer continuïteit dan verandering. De aanslag van Al-Qaeda heeft geen uitsluitsel gebracht over de kwestie van de Iraanse invloed in Syrië en Libanon, of over die van de invloed van de revolutie van ayatollah Khomeiny op de lange termijn.

De wereld is nog net zo afhankelijk van de olie uit de Perzische Golf als altijd.

De verkalkte maar koppige regimes in Egypte en Saoedi-Arabië rekken hun bestaan. Israël voert nog altijd een gewapende strijd in het zuiden van Libanon en in de Palestijnse gebieden. Hoe zichtbaar en spectaculair ze ook waren, de aanslagen van 11 september hebben de diepere krachten en hardnekkige spanningen die de internationale politiek bepalen, grotendeels onberoerd gelaten.

 

‘9/11 was een overwinning voor Al-Qaeda’

EEN BEETJE MAAR

Een sterk staaltje theatraal terrorisme op grote schaal was de operatie zeker, maar waren de oogmerken van de organisatie er werkelijk mee gediend?

Als gevolg van de aanslagen is Al-Qaeda haar bases en haar Talibaan-gastheren in Afghanistan kwijtgeraakt. Enkele strategen van Al-Qaeda hadden het Talibaanbewind van Afghanistan willen uitbreiden naar buurlanden, waaronder Tadzjikistan, Oezbekistan en uiteindelijk ook Pakistan.

In plaats daarvan zagen de leiders van de beweging zich gedwongen ofwel een goed heenkomen te zoeken overzee, ofwel zich te verschuilen in een afgelegen grottenstelsel. Militaire aanvallen en inlichtingenoperaties hebben de organisatie in problemen gebracht en in Pakistan zijn honderden belangrijke medewerkers aangehouden. Uit onderschepte correspondentie en berichten op internet is gebleken dat sommige medewerkers van Al-Qaeda het Osama bin Laden en zijn tweede man Ayman al-Zawahiri kwalijk nemen dat zij zich de toorn van de VS op de hals hebben gehaald.

En Al-Qaeda mag dan als beweging of franchiseorganisatie misschien geprofiteerd hebben van de successen van de opstand in Irak, de leiding van Al-Qaeda heeft de oorlog in Irak niet zien aankomen.

De organisatie heeft munt geslagen uit die strijd om haar boodschap uit te dragen en rekruten aan te trekken, maar de oorlog maakte geen deel uit van haar totale strategie.

 

‘Kleine aanslagen in plaats van operaties à la 9/11’

WAARSCHIJNLIJK

Het terrorisme van na 11 september – van Bali tot Madrid en Londen – is een zaak geworden van kleine, plaatselijke groepen, die zich spiegelen aan Al-Qaeda, maar er niet rechtstreeks mee in contact staan. Die cellen kunnen het een en ander leren op internet, en zij kunnen zeker gevoelige tikken uitdelen, maar echt iets van betekenis kunnen ze niet uitrichten.

Hooguit kunnen ze bommen in treinen plaatsen. [de veiligheidstoeslag voor treinkaartjes zit al in de pen]

Zulke operaties ontregelen de economie en de samenleving maar amper, en daarom laat Al- Qaeda zich er niet mee in. De centrale leiding van Al-Qaeda geeft de voorkeur aan terroristische activiteiten met een zeer krachtige psychologische en politieke uitwerking.

Aanslagen van dat kaliber zijn heel moeilijk geworden.

De vliegtuigkapers van 11 september hebben gebruikgemaakt van leemten in de Amerikaanse veiligheidsprocedures: de Amerikaanse experts hadden er geen rekening mee gehouden dat kapers passagiersvliegtuigen konden besturen, en evenmin dat zij zelfmoord zouden plegen. Het zou heel moeilijk zijn om nogmaals zo’n geraffineerde operatie te realiseren.

De leiding en de bevelsstructuur van de organisatie zijn ernstig ontregeld, en de veiligheidsinstanties in heel de wereld zijn op hun hoede.

Toch staat Al-Qaeda niet helemaal buitenspel. In februari 2006 is het ze bijna gelukt een bomaanslag te plegen op de olieraffinaderij in Abqaiq in Saoedi-Arabië, wat op korte termijn een scherpe piek in de olieprijs en reusachtige brandstoftekorten zou hebben veroorzaakt.

Maar het feit dat het vroeger zo gebrekkige Saoedische veiligheidsapparaat de aanslag heeft verijdeld, maakt duidelijk hoe beperkt de mogelijkheden van Al- Qaeda zijn.


‘9/11 was een botsing van beschavingen’

MIS

Het is gewoon niet waar dat de moslims het Westen om zijn levenswijze verafschuwen, en 11 september heeft daar niets aan veranderd. De zeer grondige World Values-enquête heeft uitgewezen dat meer dan 90 procent van de respondenten in een groot deel van de islamitische wereld democratie als de beste regeringsvorm beschouwt. Uit peilingen van het Pew Research Center for the People and the Press is gebleken dat ongeveer de helft van de respondenten in landen als Turkije en Marokko denkt dat als een moslim naar de Verenigde Staten emigreert, zijn of haar leven erop vooruitgaat.

Het enige terrein waarop het islamitische publiek aangeeft dat het andere maatstaven hanteert dan de Verenigde Staten en Europa is dat van de normen voor seksueel gedrag, en dan met name de aanvaarding van homoseksualiteit.

Met andere woorden: de moslims wijzen de Hollywood-moraal af – net als de Amerikaanse conservatieve en evangelische kringen.

Zulke verschillen van opvatting alleen brengen mensen niet tot het plegen van geweld.

Als het geen botsing van beschavingen is, wat dan wel? Het is een botsing over beleid. Bin Laden heeft zijn verontwaardiging uitgesproken over de „bezetting van de drie heilige steden” – Mekka, Medina en Jeruzalem – over het (inmiddels teruggetrokken) Amerikaanse militaire contingent in Saoedi-Arabië en over het feit dat Israël Jeruzalem in handen heeft.

Vóór de oorlog in Irak wezen peilingen telkens uit dat de moslims zich vooral stoorden aan de onvoorwaardelijke steun van de Verenigde Staten aan het beleid van Israël jegens de Palestijnen. Inmiddels is door de bloedige Amerikaanse bezetting van Irak een ander punt van ergernis opgekomen: de islamitische wereld gelooft niet dat Irak door de Amerikaanse interventie beter af zal zijn. Wanneer moslims spreken van ‘democratie’, lijken zij mede ‘autonomie’ en ‘nationale onafh ankelijkheid’ te bedoelen, en zij vatten de westerse inmenging in islamitische zaken op als verraad aan de democratische idealen. 11 september en de Amerikaanse reactie daarop hebben de beleidskloof verdiept, maar een botsing van beschavingen hebben ze niet veroorzaakt.

 

‘9/11 heeft het Amerikaanse buitenlandse beleid omgegooid’

NEE

Het Amerikaanse beleid is maar marginaal veranderd. De aanslagen hebben de Amerikaanse politieke elites tijdelijk meer armslag gegeven, waardoor zij een agressiever beleid konden voeren. Naar inmiddels bekend is, waren president Bush en zijn adviseurs al ruim vóór 11 september van plan het regime van Saddam aan te pakken.

Zonder de aanslagen had de regering het geprobeerd met beperkte bombardementen, een heimelijke operatie of een couppoging. Door de aanslagen werd een jarenlange oorlog te land in het Midden-Oosten ineens aanvaardbaar. Maar die energie is nu verdampt, en fundamentele veranderingen in het Amerikaanse beleid zijn amper tew eeggebracht.

Ondanks alle verhalen over een ‘oorlog tegen het terrorisme’ z ij n Egypte, Indonesië, Jordanië, de monarchieën in de Perzische Golf, Marokko en Pakistan nog altijd goede bondgenoten van de VS. De betrekkingen met Libië gingen onder Clinton al vooruit, en de oorlog in Irak heeft aan die ontwikkeling niets veranderd. De Amerikanen blijven Israël onverzettelijk steunen. En Washington had Iran en Syrië al ruim vóór 11 september in het vizier.

Een volslagen andere reactie op de terreuraanslagen was ook denkbaar geweest. De Verenigde Staten hadden, om het extremistische sunnitische gevaar tegen te gaan, een alliantie kunnen aangaan met de Ba’athistische secularisten in Syrië en Irak, en de shi’ieten in Iran.

In plaats daarvan zijn alle oude vrienden van Washington in de regio – inclusief Pakistan, Saoedi- Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, de drie regimes die de Talibaan indertijd hebben erkend – nog altijd vrienden, en zijn oude vijanden nog altijd vijanden.

De ingrijpendste veranderingen hebben zich uiteraard voorgedaan in Afghanistan en Irak. Maar in beide landen woedt feitelijk al 25 jaar een burgeroorlog, waarbij de Verenigde Staten de verliezende partij steunden (de Noordelijke Alliantie in Afghanistan, en de Koerden en de shi’ieten in Irak).

Na 11 september heeft de regering- Bush de verliezers in die conflicten tot winnaars gemaakt, maar de burgeroorlogen zijn doorgegaan, met uit de macht ontzette groepen nu in de rol van opstandelingen. Dat is geen geringe verandering, maar de transformatie gaat veel minder ver dan in het voorjaar van 2003 werd gedacht.

De plannen van de Amerikaanse regering om het Midden- Oosten te bevrijden en te democratiseren hebben niet veel meer opgeleverd dan een mislukte staat in Irak, een instabiel Libanon dat wordt verscheurd tussen Hezbollah en Israël, en beleefde tot niets verplichtende geluiden van bondgenoten als Egypte en Saoedi-Arabië.

 

‘De oorlog tegen het terrorisme is onafzienbaar’

DAT IS HET PLAN

De regering-Bush heeft de strijd speciaal vaag gedefinieerd, opdat er geen einde aan kan komen; George W. Bush geniet van de privileges waarover hij als oorlogspresident beschikt. Daarom heeft de regering de doelstellingen en oogmerken van deze oorlog uitgebreid van de ene groep of het ene gebied naar het andere.

Er wordt een permanente contraterroristische strijd gevoerd tegen Al-Qaeda en, in brede zin, tegen de salafistische jihad-richting van het sunnitische radicalisme. Dan is er de strijd om de Tadzjieken, de Hazara’s en de Oezbeken van de Noordelijke Alliantie in Afghanistan in het zadel te helpen, en de op de Pathaanse bevolkingsgroep steunende Talibaan voorgoed uit te schakelen.

In Irak is het doel om de Koerden en de shi’ieten een overwicht te geven op de sunnitische Arabieren.

Ook wordt geprobeerd het seculiere Ba’athistische regime in Syrië en de shi’itische ayatollahs in Iran in te tomen of af te zetten.

Zelfs Noord-Korea wordt zo nu en dan tot deze almaar uitdijende campagne gerekend. Het is geen samenhangende oorlog, het is het verlanglijstje van een havik.

Als de ‘oorlog tegen het terrorisme’ werkelijk dit alles omvat, kan hij zich nog tientallen jaren voortslepen, maar waarschijnlijk zal het Amerikaanse publiek zo’n prijzige grabbelton van initiatieven niet lang meer dulden.

Als er in de Verenigde Staten geen grote aanslag wordt gepleegd, zal de druk op Washington toenemen om eens op te houden met dat politieke gemorrel in Kandahar of Ramadi, om maar te zwijgen van Damascus en Teheran.

Ooit zal het Amerikaanse publiek moeten kiezen waarvoor het wil betalen: voor de eindeloze oorlogen van Bush, of voor Medicare (zorgverzekering voor ouderen).

En dan is het echt afgelopen met de oorlog tegen het terrorisme.

 

‘De volgende 9/11 wordt nog erger’

GEEN MENS DIE HET WEET

De pogingen van Al-Qaeda om nucleair materiaal te pakken te krijgen waren amateuristisch. Toen Amerikaanse agenten in 2002 in Afghanistan in complexen van de Talibaan en Al-Qaeda de hand legden op vaten met ‘nucleair’ materiaal, bleek dat de mensen van Al- Qaeda zich naar alle waarschijnlijkheid maar wat in handen hadden laten stoppen. Van plannen met andere massavernietigingswapens is ook niet veel terechtgekomen.

Handlangers van Al-Qaeda zouden van plan zijn geweest om gifgas te gebruiken in de New Yorkse ondergrondse, maar dat plan schijnt al-Zawahiri om onduidelijke redenen te hebben afgeblazen.

Misschien heeft de ervaring van de terroristische groep Aum Shinrikyo in Tokio hem ervan weerhouden: bij hun aanslag in 1995 vielen twaalf doden, in plaats van de duizenden waarop de terroristen gehoopt hadden.

Toch zou het onverantwoordelijk zijn om het gevaar te bagatelliseren.

Door de technologische vooruitgang kunnen kleine clubjes grote schade aanrichten, en Al-Qaeda heeft dikwijls bekwame ingenieurs en wetenschappers weten aan te trekken. Doorbraken in het DNA-onderzoek zouden bijvoorbeeld kunnen leiden tot designer-virussen die ideaal zijn voor terroristen. Internet heeft nieuwe kwetsbare punten doen ontstaan, doordat grote technische infrastructurele projecten, zoals dammen en kernenergiecentrales, ervan afhankelijk zijn geworden.

Ook de financiële stelsels van de wereld worden steeds kwetsbaarder.

Overheden, universiteiten en bedrijven moeten zorgen dat nieuwe technologieën niet in verkeerde handen vallen. Al-Qaeda mag dan op 11 september de wereld niet fundamenteel hebben veranderd, dat is nog geen reden om haar een tweede kans te gunnen.

© Foreign Policy

Geplaatst door de Elf September Onderzoeksgroep op September 9, 2006 10:16 PM | |

TrackBack

TrackBack URL voor deze log is:
http://www.kuunders.info/cgi-bin/MT/mt-tb.cgi/167

Plaats een reactie


Laatste reacties

Copyleft

Creative Commons License
This weblog is licensed under a Creative Commons License.

Links

  • Debunking 911 - uitgebreide site over ondermeer het knikken van de stalen constructies van de WTC torens.

Quote

Er zijn twee soorten dwazen: zij die niet van mening kunnen veranderen en zij die het niet willen. - Josh Billings